ECLI:NL:CRVB:2025:513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzoek UWV tot beperkte kennisneming van fraude-indicatoren in hoger beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het UWV verzocht om beperkte kennisneming van bepaalde documenten die risico-kenmerken en fraude-indicatoren bevatten, behorende bij werkinstructies over gefingeerde dienstverbanden. Het verzoek is gedaan in het kader van een hoger beroep van een uitkeringsgerechtigde tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een belangenafweging moest plaatsvinden tussen het belang van het UWV bij geheimhouding en het belang van de partijen en de bestuursrechter bij volledige informatievoorziening.
De Raad concludeert dat de door het UWV aangevoerde redenen onvoldoende gewicht hebben om de kennisneming door partijen te beperken. De inhoud van de documenten is essentieel voor een juiste en zorgvuldige beoordeling van het onderzoek naar het dienstverband. Bovendien acht de Raad het risico dat openbaarmaking het toezicht zou ondermijnen niet aannemelijk.
Daarom wordt het verzoek tot beperkte kennisneming afgewezen, worden de documenten aan het UWV teruggezonden en wordt het UWV verzocht om ongeschoonde versies van de documenten toe te zenden ter voeging in het dossier. De beslissing is genomen door rechter T. Dompeling en uitgesproken op 9 april 2025.
Uitkomst: Het verzoek van het UWV tot beperkte kennisneming van documenten wordt afgewezen en ongeschoonde documenten moeten worden toegevoegd aan het dossier.