ECLI:NL:CRVB:2025:520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens sollicitatieafwijzingen wegens onbevoegdheid bestuursrechter
Appellant heeft in 2019 gesolliciteerd naar functies bij een rijksdienst en is tweemaal afgewezen. Hij stelde dat sprake was van leeftijdsdiscriminatie, wat het College voor de Rechten van de Mens bevestigde. Appellant verzocht vervolgens de minister om schadevergoeding, die deels uit coulance werd aangeboden.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om het verzoek om schadevergoeding te behandelen en verwees appellant naar de burgerlijke rechter. De rechtbank oordeelde dat appellant geen ambtenaar was in de zin van de Ambtenarenwet en daarom geen beroep kon instellen bij de bestuursrechter.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant geen gewezen ambtenaar was die onder het gezagsbereik van de minister viel en dat de bestuursrechter daarom niet bevoegd was. Ook het standpunt dat appellant via een uitzendbureau werkzaam was, leidde niet tot een andere conclusie.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hij wordt geadviseerd zijn schadevergoeding te vorderen bij de burgerlijke rechter.
Uitkomst: De bestuursrechter is onbevoegd; appellant wordt verwezen naar de burgerlijke rechter voor zijn schadeverzoek.