Uitspraak
PROCESVERLOOP
.Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met een autismespectrumstoornis en verstandelijke beperkingen, vroeg om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat appellant geen blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat appellant weliswaar ondersteuning nodig heeft bij structuur, sociale redzaamheid en dagelijkse taken, maar dat hij in staat is om op relevante momenten zelf hulp in te roepen, ook buiten geplande zorgmomenten. Dit blijkt uit verklaringen van zijn begeleidster die meerdere keren per dag contact met hem heeft, ook 's nachts. De medisch adviseur concludeerde dat zonder 24-uurs zorg geen ernstig nadeel ontstaat.
Appellant voerde aan dat hij bij stress en paniekaanvallen niet zelf hulp kan inroepen, maar dit werd niet onderbouwd met medische informatie. De Raad stelde vast dat het CIZ terecht het advies van de medisch adviseur heeft gevolgd en dat de grondslag verstandelijke handicap niet hoeft te worden beoordeeld.
De Raad benadrukte dat appellant mogelijk meer zorg kan aanvragen bij de gemeente of zorgverzekeraar onder de Wmo 2015 of Zvw. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg op grond van de Wlz is terecht afgewezen wegens ontbreken van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.