ECLI:NL:CRVB:2025:585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 38,70% door UWV
Appellante ontvangt sinds 2013 een WIA-uitkering, die in 2021 werd beëindigd vanwege inkomsten uit arbeid. Na bezwaar en aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 38,70% per 3 februari 2023. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) tegenstrijdig is en dat onvoldoende is gemotiveerd waarom bepaalde functies geschikt zijn. Ook stelde zij dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende inzichtelijk is. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het besluit van het UWV in stand heeft gelaten. De medische beoordeling is zorgvuldig en de toelichtingen op de FML zijn begrijpelijk. De arbeidskundige beoordeling is voldoende onderbouwd en de functies zijn passend. De Raad bevestigt dat het CBBS transparant genoeg is en dat appellante geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 38,70% en wijst het hoger beroep af.