ECLI:NL:CRVB:2025:593

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
16 april 2025
Zaaknummer
23/2959 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV over een terugvordering van een Ziektewet-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 16 januari 2025 een gewijzigd besluit genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek van appellante behandeld en vastgesteld dat het UWV geen bezwaar had tegen de proceskostenveroordeling. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de kosten.

De Raad heeft de proceskosten begroot op €3.174,50 voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, plus €186,- aan griffierecht. Het UWV is veroordeeld deze kosten aan appellante te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 16 april 2025.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

23/2959 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 september 2023, 22/4633 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 16 april 2025
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.S. Huisman, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.
De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van 18 april 2024 [1] over het toetsingskader bij herzienings- en/of terugvorderingsbesluiten de Raad te informeren of de uitspraak volgens hen gevolgen heeft voor deze zaak.
Partijen hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 december 2024. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 23/2957 ZW, 23/2958 ZW en 24/1899 ZW. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Huisman en [naam] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.
In de zaken 23/2957 ZW, 23/2958 ZW en 24/1899 ZW is afzonderlijk uitspraak gedaan. Het onderzoek ter zitting is in deze zaak geschorst.
Het Uwv heeft op 16 januari 2025 een gewijzigd besluit genomen over de terugvordering van de Ziektewet-uitkering.
Appellante heeft vervolgens het hoger beroep in deze zaak ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
Het Uwv heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 januari 2025 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Appellante heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het beroep en het hoger beroep.
Omdat het Uwv aan appellante is tegemoetgekomen, zal de Raad het Uwv veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Uwv heeft de kosten van de bezwaarprocedure al vergoed bij de beslissing van 16 januari 2025.
De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-) en op € 2.267,50 in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift, 0,5 punt voor schriftelijk repliek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting), in totaal € 3.174,50.
Daarnaast moet het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.174,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) S. Pouw

Voetnoten

1.CRvB 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726.