ECLI:NL:CRVB:2025:64
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige terugvordering WIA-uitkering
Appellant ontving een WIA-uitkering en kreeg in 2021 besluiten van het UWV waarbij voorschotten over 2017 en 2018 werden teruggevorderd. Tijdens hoger beroep werden de terugvorderingen verlaagd en uiteindelijk kwijtgescholden. Appellant vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten en handelingen.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het belang verviel door kwijtschelding. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen oorzakelijk verband bestond tussen de terugvorderingsbesluiten en de door appellant gestelde schade, waaronder geldleningen, inkomstenderving en immateriële schade.
De Raad overwoog dat de inkomensachteruitgang en inkomstenderving verband hielden met andere oorzaken zoals corona en niet met de terugvorderingsbesluiten. Ook de vermeende onrechtmatige handeling van het UWV door late inkomensopvraging werd niet aanvaard. De Raad veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens ontbreken van oorzakelijk verband.