ECLI:NL:CRVB:2025:658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege autisme, dyslexie, een licht verstandelijke beperking en sociale belemmeringen. Het UWV concludeerde na onderzoek dat appellant op dat moment geen arbeidsvermogen had, maar dat deze situatie niet duurzaam was, en weigerde de uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat er nog mogelijkheden zijn voor appellant om werknemersvaardigheden te ontwikkelen, ondanks eerdere mislukte behandelingen. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom behandelingen tot arbeidsvermogen konden leiden en dat zijn onvermogen zich open te stellen voor behandeling voortkomt uit zijn handicap.
De Raad volgde het standpunt van het UWV en de rechtbank. Er is geen sprake van duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen omdat er nog perspectief is op ontwikkeling. Het onvermogen tot openstelling voor behandeling is niet medisch onderbouwd en de situatie van appellant verschilt van vergelijkbare zaken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is.