ECLI:NL:CRVB:2021:70
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsparticipatie
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens PTSS, ASS en een angststoornis, maar het UWV concludeerde na medisch onderzoek dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de basale werknemersvaardigheden duurzaam ontbraken, maar bij nader onderzoek en rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd voldoende gemotiveerd dat verbetering mogelijk was.
In hoger beroep stelde appellante dat haar behandelingen niet hadden geholpen en dat zij blijvend afhankelijk was van begeleiding, onderbouwd met medische rapporten en een OV-begeleiderskaart. De Raad oordeelde dat het oordeel van het UWV op de datum in geding leidend is en dat de medische situatie verbetering mogelijk maakte, mede door lopende behandelingen en trainingen gericht op zelfstandigheid.
De Raad bevestigde dat appellante op de datum in geding niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering omdat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich nog konden ontwikkelen. Ook het argument dat de taak 'Schoffelen' niet passend was, leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.