ECLI:NL:CRVB:2025:661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening Wajong-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die op 1 oktober 2019 werd afgewezen wegens arbeidsvermogen. Na een nieuwe aanvraag en herzieningsverzoek wees het UWV het verzoek om terug te komen op het oorspronkelijke besluit af, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren vastgesteld.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het bezwaar tegen deze weigering ongegrond verklaard, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat de door appellant aangevoerde nieuwe diagnose geen nieuw feit oplevert. Appellant stelde dat het psychodiagnostisch onderzoeksverslag van september 2019 een nieuwe diagnose bevatte die niet was meegewogen, maar de Raad oordeelde dat dit een herhaling van eerdere gronden betrof.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Volgens vaste rechtspraak levert een nieuwe diagnose van een reeds bekende aandoening geen nieuw feit op in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 1 oktober 2019. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op het besluit van 1 oktober 2019 wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.