ECLI:NL:CRVB:2025:702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak over verjaring schadevergoeding arbeidsongeschiktheid
In deze zaak verzocht de verzoeker om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 januari 2022, waarin werd geoordeeld dat zijn vordering tot schadevergoeding wegens fouten bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid was verjaard.
De verzoeker had eerder al twee herzieningsverzoeken ingediend die waren afgewezen. Hij stelde nu dat pensioenschade ten onrechte niet was behandeld en onderbouwde dit met eerder ingediende stukken van het Ministerie van Defensie, het ABP en USZO.
De Raad oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die voor de uitspraak van 27 januari 2022 niet bekend waren en ook niet redelijkerwijs bekend konden zijn. Het verzoek was een herhaling van eerdere argumenten en kon daarom zonder nader onderzoek worden afgewezen.
De Raad besloot het verzoek om herziening af te wijzen, waardoor de eerdere uitspraak ongewijzigd blijft. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 27 januari 2022 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.