ECLI:NL:CRVB:2025:742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving sinds 20 juli 2020 een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een verzoek tot herbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant slechts 30,63% arbeidsongeschikt is en beëindigde de uitkering per 11 mei 2023. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het besluit op basis van zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege een tijdsverloop tussen onderzoeken en onvoldoende rekening met klachten zoals jicht. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd is, waarbij ook de aandoening jicht adequaat is meegenomen. Er is geen aanleiding om de functionele mogelijkhedenlijst te herzien of om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Raad volgt de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend zijn gezien de medische beperkingen. Het hoger beroep wordt afgewezen, de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.