ECLI:NL:CRVB:2025:757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij maatwerkvoorziening opvang
Appellante, geboren in 1966 en sinds 1994 in Nederland woonachtig, verhuisde in mei 2022 naar Iran en keerde in mei 2023 terug naar Nederland. Zij meldde zich op 8 mei 2023 bij het college voor opvang op grond van de Wmo 2015. Het college wees haar aanvraag voor een maatwerkvoorziening opvang af op 23 mei 2023, met handhaving op bezwaar op 18 augustus 2023. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellante stelde dat zij niet zelfredzaam is en niet zelfstandig huisvesting kan regelen. Naar aanleiding van een nieuwe melding verstrekte het college haar op 23 augustus 2024 een maatwerkvoorziening opvang voor de periode van 21 augustus 2024 tot 20 augustus 2026. Appellante bleef echter bezwaar maken tegen het eerdere besluit en stelde dat het college in strijd met de wet had gehandeld.
De Raad oordeelde dat appellante geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, omdat zij inmiddels gebruik kan maken van de opvangvoorziening en een inhoudelijk oordeel geen feitelijke betekenis meer heeft. Het louter formele of principiële belang dat appellante wenst te dienen is onvoldoende. Ook is het onaannemelijk dat zij schade heeft geleden door het besluit. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.