ECLI:NL:CRVB:2025:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S. Wijna
- S.B. Smit-Colenbrander
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve vaststelling loonkostensubsidie NOW-1 ondanks geschil over omzetberekening concernonderdeel
Appellanten, ondernemingen actief in verhuur van heftrucks en aanverwante apparatuur, maakten bezwaar tegen de definitieve vaststelling van hun NOW-1 subsidie. Zij stelden dat de minister ten onrechte de volledige omzet van een Nederlandse B.V. met activiteiten in Cuba had meegerekend bij de concernomzet, waardoor het omzetverlies en daarmee de subsidie lager uitviel.
De rechtbank Rotterdam verwierp het beroep van appellanten en oordeelde dat de minister terecht uitging van de accountantsverklaring en dat de omzet van de Nederlandse B.V., ondanks haar Cubaanse activiteiten, volledig moest worden meegenomen volgens artikel 6, vijfde lid, van de NOW-1. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek maar achtte dit niet benadelend vanwege de belangenafweging door de minister.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad vond dat de minister terecht het omzetverlies op concernniveau berekende en dat het betoog van appellanten onvoldoende onderbouwd was om af te wijken van deze systematiek. Ook was niet gebleken dat appellanten financieel in gevaar waren of dat sprake was van onevenredig nadeel. De bestreden besluiten blijven daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de definitieve vaststelling van de NOW-1 subsidie inclusief volledige omzet van de Nederlandse B.V. met Cubaanse activiteiten.