Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Na overlegging van medische rapporten en een deskundigenonderzoek is het hoger beroep ingetrokken vanwege een gewijzigde beslissing van het UWV die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante.
De Raad beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn voor de gehele procedure werd overschreden met 23 maanden, wat leidde tot een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- aan appellante.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal € 6.583,91, inclusief kosten voor rechtsbijstand, reiskosten en deskundigenkosten. Ook werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 in verband met het schadevergoedingsverzoek.
Tot slot moet het UWV het betaalde griffierecht van € 174,- vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2025.