ECLI:NL:CRVB:2025:818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang in zaak over beëindiging maatwerkvoorziening beschermd wonen
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland. Appellant had hoger beroep ingesteld tegen de beëindiging van zijn maatwerkvoorziening beschermd wonen door het college van burgemeester en wethouders. De Raad oordeelt dat appellant geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij inmiddels een zelfstandige woonruimte heeft en geen gebruik meer maakt van beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad heeft de zaak gelijktijdig behandeld met andere zaken van appellant en heeft vastgesteld dat er geen bewijs is geleverd voor immateriële schade die appellant zou hebben geleden. De uitspraak van de rechtbank is in stand gelaten, en appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.