ECLI:NL:CRVB:2025:820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beschermd wonen
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem betreffende het beëindigen van een maatwerkvoorziening beschermd wonen. Het college had op 13 januari 2022 het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit oordeel op 23 maart 2023.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de behandeling bleek dat appellant inmiddels een zelfstandige woonruimte heeft en geen gebruik meer maakt van beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Hierdoor is een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit niet meer relevant voor een toekomstige periode.
Daarnaast stelde appellant immateriële schade te hebben geleden wegens het ontbreken van passende opvang, wat een inbreuk op artikel 3 EVRM Pro zou vormen. Echter, appellant leverde geen begin van bewijs voor het ontstaan van schade, waardoor het onaannemelijk is dat er schade is geleden.
De Raad concludeert dat appellant geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verklaart het daarom niet-ontvankelijk. De Raad gaat niet in op de inhoudelijke gronden en wijst vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.