ECLI:NL:CRVB:2025:831
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht in verzetprocedure
Appellante heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellante betwistte deze niet-ontvankelijkverklaring en diende verzet in.
De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht verschuldigd is voor een verzoek om herziening van een uitspraak op verzet, aangezien de verzetprocedure deel uitmaakt van het hoger beroep. Ondanks herhaalde waarschuwingen en verzoeken om betaling werd het griffierecht niet voldaan.
Appellante stelde dat zij geen griffierecht verschuldigd was en dat het systeem van griffierechten en het beroep op betalingsonmacht de toegang tot de rechter belemmerde. De Raad verwierp deze stellingen en benadrukte dat er criteria zijn voor vrijstelling bij onvoldoende financiële draagkracht, waardoor de toegang tot de rechter gewaarborgd blijft.
Gelet op het uitblijven van betaling werd het verzoek om herziening terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, waardoor het verzoek om herziening terecht niet-ontvankelijk is verklaard.