ECLI:NL:CRVB:2025:835
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkeer Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was leerling kok en meldde zich in oktober 2013 ziek met psychische klachten. Na beëindiging van het dienstverband in september 2014 kende het UWV een Ziektewet-uitkering toe, die per 3 november 2014 werd beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Appellant meldde zich later met terugwerkende kracht ziek, maar verzekeringsartsen concludeerden dat hij toen niet arbeidsongeschikt was.
In 2021 verzocht appellant het UWV terug te komen op het besluit van 2014, stellende dat hij altijd ernstige psychische problematiek had gehad. Het UWV weigerde dit in 2023 na een medisch dossieronderzoek. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het besluit onjuist maakten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten heeft ingebracht die tot herziening van het besluit leiden. De omstandigheden die appellant aanvoert betreffen niet de periode rond 3 november 2014 en zijn onvoldoende om het besluit evident onredelijk te achten. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en appellant draagt de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.