ECLI:NL:CRVB:2025:840

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
23/915 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en een onafhankelijk deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Vervolgens nam het UWV op 11 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.

Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in bij brief van 29 maart 2025 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.

De Raad oordeelde dat op grond van de Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op €3.628,-, inclusief vergoeding voor het betaalde griffierecht van €186,-. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellante.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.628,- aan proceskosten en vergoeding van €186,- griffierecht aan appellante.

Uitspraak

23/915 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2023, 22/2668 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 28 mei 2025
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. D. Gürses, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2023. Voor appellante is verschenen mr. Gürses. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel.
De Raad heeft het onderzoek heropend en aanleiding gezien om een onafhankelijk deskundige te benoemen die op 10 oktober 2024 rapport heeft uitgebracht.
Het Uwv heeft op 11 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 29 maart 2025 heeft mr. Gürses namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 maart 2025 aan haar beroepschrift is tegemoetgekomen.
Proceskosten
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten in beroep worden begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van €n 907,-). Dit betekent dat de proceskosten in totaal € 3.628,- bedragen.
Ook dient het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.628,-;
  • bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025.
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) M.D.F. de Moor