Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.628,-;
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en een onafhankelijk deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Vervolgens nam het UWV op 11 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in bij brief van 29 maart 2025 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat op grond van de Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op €3.628,-, inclusief vergoeding voor het betaalde griffierecht van €186,-. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellante.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.628,- aan proceskosten en vergoeding van €186,- griffierecht aan appellante.