ECLI:NL:RBROT:2023:1242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid stopzetting WIA-uitkering na herbeoordeling beperkingen
Eiseres ontving sinds 2015 een IVA-uitkering, die in 2018 werd stopgezet omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd bevonden. Na een periode van ziekte en herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, stelde verweerder vast dat eiseres vanaf 11 januari 2022 geen recht meer had op een WIA-uitkering. Eiseres voerde in beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat zij vanwege een harttransplantatie en andere klachten recht had op een IVA-uitkering, en dat de geselecteerde functies haar belastbaarheid te boven gingen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie aan te leveren en dat de verzekeringsarts de beperkingen inzichtelijk en gemotiveerd had vastgesteld. De klachten van eiseres, waaronder depressieve en fysieke beperkingen, waren reeds meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML). Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen op basis van het arrest Korošec, omdat geen schending van equality of arms was vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de geduide functies passend zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens een onrechtmatig besluit werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de stopzetting van de WIA-uitkering per 11 januari 2022 blijft gehandhaafd.