ECLI:NL:CRVB:2025:890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Hij betwistte de medische beoordeling en de berekening van het maatmaninkomen, en stelde dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld.
De Raad benoemde deskundigen, waaronder een plastisch chirurg en een psychiater, die concludeerden dat er geen medische of psychiatrische redenen zijn om beperkingen verder te verhogen. De arbeidsdeskundigen stelden dat de geselecteerde functies passend zijn en dat het maatmaninkomen correct is berekend.
De Raad volgde de eerdere rechtbankuitspraak en oordeelde dat het UWV terecht het besluit heeft genomen. De medische rapporten zijn zorgvuldig en overtuigend gemotiveerd en de berekening van het maatmaninkomen is conform wettelijke bepalingen. Het hoger beroep slaagde niet en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.