ECLI:NL:CRVB:2025:913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening ANW-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 4 april 2024, waarin haar bezwaar tegen de weigering van een ANW-uitkering ongegrond werd verklaard. De Raad heeft eerder vastgesteld dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) het oorspronkelijke besluit van 23 januari 2008 correct heeft genomen omdat de echtgenoot van verzoekster niet verzekerd was op het moment van overlijden.
Tijdens de zitting op 9 mei 2025 is verzoekster niet verschenen en de Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen. De Raad heeft het verzoek getoetst aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die herziening alleen toestaat indien sprake is van feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad oordeelt dat de aangevoerde gronden van verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die aan deze voorwaarden voldoen. Het verzoek om herziening is daarom afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat het verzoek niet slaagt.
Deze beslissing bevestigt de eerdere uitspraak dat de Svb niet hoeft terug te komen op de afwijzing van de ANW-uitkering, waarmee de rechtspositie van verzoekster onveranderd blijft.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.