ECLI:NL:CRVB:2025:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant was werkzaam als steigerbouwer en viel in 2018 uit wegens hartklachten. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst ontving hij een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering in 2020 omdat appellant geschikt werd geacht voor andere functies. Na een nieuwe ziekmelding in 2022 kende het UWV opnieuw een ZW-uitkering toe, die per 3 februari 2023 werd beëindigd op basis van een verzekeringsgeneeskundige beoordeling.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, ondanks een onvoldoende zorgvuldig onderzoek in bezwaar, omdat aanvullende onderzoeken geen nieuwe beperkingen aan het licht brachten. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische beperkingen waren toegenomen, maar bracht geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht de uitkering heeft beëindigd. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep wordt afgewezen, en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering van appellant terecht is beëindigd per 3 februari 2023.