ECLI:NL:CRVB:2025:94
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand en maatwerkvoorziening voor kosten prostitutiebezoek
Appellant vroeg bijzondere bijstand en een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor de kosten van prostitutiebezoek, stellende dat deze kosten noodzakelijk zijn. Het college wees deze aanvragen af omdat de kosten niet noodzakelijk zijn en het vervullen van seksuele behoeften niet valt onder de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (adl).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet de besluiten in stand. Appellant ging in hoger beroep en overwoog dat hij medische informatie had overgelegd en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende objectief bewijs leverde dat de kosten noodzakelijk zijn en dat het benoemen van een deskundige niet nodig was.
De Raad bevestigde dat maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015 gericht moet zijn op noodzakelijke adl, en dat seksuele behoeften hier niet toe behoren. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de afwijzingen van bijzondere bijstand en maatwerkvoorziening gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en maatwerkvoorziening voor prostitutiebezoek wegens het ontbreken van noodzakelijkheid.