ECLI:NL:CRVB:2025:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na overlijden appellant
Appellante, laatstelijk woonachtig te Almere, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de procedure is gebleken dat appellante is overleden, waardoor haar persoonlijk belang bij de voortzetting van het geding is komen te vervallen.
De Raad heeft conform artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht de behandeling van de zaak aangekondigd en geprobeerd in contact te komen met eventuele erfgenamen. Er is echter geen concrete reactie ontvangen over erfgenamen die de procedure wensen voort te zetten. Ook tijdens de zitting hebben zich geen belanghebbenden gemeld.
Gezien het ontbreken van een partij die het hoger beroep voortzet, is het procesbelang komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door C.W.C.A. Bruggeman en uitgesproken op 25 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van appellante.