ECLI:NL:RBMNE:2023:1226
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toekenning huishoudelijke hulp Wmo ongegrond wegens onduidelijke urenomschrijving
Eiseres had een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015, geldig tot 30 juni 2021. Na een keukentafelgesprek en het opstellen van een ondersteuningsplan, kende de gemeente Almere haar een maatwerkvoorziening toe via het primaire besluit van 2 augustus 2021. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde de gemeente in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing op bezwaar. Nadat de gemeente alsnog op bezwaar besliste, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen en tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, maar wijst het beroep tegen het bestreden besluit inhoudelijk af. De klacht van eiseres dat het primaire besluit onduidelijk was over het aantal toegekende uren huishoudelijke hulp wordt deels bevestigd; het primaire besluit vermeldde geen uren en verwees niet naar gemeentelijke regelgeving met tijdseenheden. Het bestreden besluit verduidelijkt echter wel het aantal toegekende uren, wat volgens de rechtbank geen wijziging van het besluit inhoudt.
De rechtbank benadrukt dat het voor cliënten traceerbaar moet zijn op hoeveel uren huishoudelijke ondersteuning zij aanspraak hebben, en dat de gemeente tekortschiet door dit niet in het primaire besluit duidelijk te maken. Dit is problematisch voor kwetsbare cliënten die hierdoor onnodig bezwaar moeten maken. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en wijst het beroep verder af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard met een proceskostenvergoeding van €418,50.