Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 2014, heeft een verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis. Sinds 2019 is zij geïndiceerd voor zorgprofiel VG05, wat intensieve begeleiding en verzorging omvat. In november 2022 vroeg zij om een indicatie voor het zwaardere zorgprofiel VG07, gericht op cliënten met zeer intensieve begeleiding en gedragsregulering.
Het CIZ wees dit verzoek af en handhaafde VG05 als passend zorgprofiel. Appellante maakte bezwaar en overhandigde aanvullende medische informatie, waaronder een CEP-rapport dat gedragsproblemen met een score van drie of hoger vermeldt. Het CIZ concludeerde dat niet is aangetoond dat het gedrag chronisch ernstig is en niet met reguliere middelen kan worden behandeld.
De rechtbank bevestigde het besluit van het CIZ. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat het gedrag nagenoeg dagelijks voorkomt en intensievere zorg vereist is. De Raad oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende inzicht geven in de aard, frequentie en behandeling van het gedrag binnen de beoordelingsperiode.
De Raad benadrukte dat appellante wel degelijk intensieve begeleiding nodig heeft, maar dat VG05 het best passende profiel blijft. Financiële argumenten voor extra budget zijn geen grond om het zorgprofiel te wijzigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het zorgprofiel VG05 blijft gehandhaafd als het best passende zorgprofiel.