Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake een Wajong-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV volledig tegemoet aan de bezwaren van appellant door een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin de uitkering met terugwerkende kracht werd toegekend. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.
De Raad heeft het verzoek van appellant om het UWV te veroordelen in de proceskosten gehonoreerd, waarbij de kosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep werden vastgesteld op in totaal € 5.394,70, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, vastgesteld op € 500,-, en de proceskosten van € 453,50.
De overschrijding van de redelijke termijn bedroeg ongeveer negen maanden, aangezien de totale procedure van bezwaar tot besluit ruim vier jaar duurde, terwijl de redelijke termijn voor dergelijke procedures maximaal vier jaar bedraagt. De Raad oordeelde dat de zaak niet complex was en dat geen bijzondere omstandigheden een langere termijn rechtvaardigden.
De uitspraak bevestigt het recht op vergoeding bij overschrijding van redelijke termijnen en benadrukt de mogelijkheid van proceskostenveroordeling bij intrekking van hoger beroep na tegemoetkoming door het bestuursorgaan.