ECLI:NL:CRVB:2025:984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na Eerstejaars ZW-beoordeling bevestigd
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens psychische en lichamelijke klachten. Na een medische en arbeidskundige beoordeling concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor passende functies waarmee hij meer dan 65% van zijn vroegere loon kon verdienen, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen, met name aan de linkerhand en vanwege psychische klachten, onvoldoende waren erkend en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen urenbeperking nodig was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 28 juni 2021 wordt bevestigd.