ECLI:NL:CRVB:2025:985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd die in 2010 werd afgewezen omdat hij met zijn beperkingen ten minste 75% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. In 2023 vroeg appellant opnieuw om beoordeling, met nieuwe medische informatie over een ASS-diagnose. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gesteld.
De rechtbank stelde vast dat appellant geboren is vóór 1980 en dat de beoordeling plaatsvindt op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De rechtbank oordeelde dat de nieuwe medische informatie niet aantoont dat appellant op zijn zeventiende en achttiende jaar arbeidsongeschikt was. Ook de psychiater bracht geen bewijs dat de beperkingen toen al tot arbeidsongeschiktheid leidden.
Appellant voerde aan dat zijn jeugd in een destructieve gezinssituatie leidde tot psychische problemen die zijn belastbaarheid op jonge leeftijd beïnvloedden. De Raad concludeerde echter dat de rechtbank terecht oordeelde dat de medische informatie onvoldoende is om het eerdere besluit te herzien. Ook het feit dat appellant later voltijds heeft gewerkt zonder disfunctioneren pleit tegen arbeidsongeschiktheid in die periode.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. De weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.