Uitspraak
PROCESVERLOOP
.Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Usmany.
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Eigen bijdrage
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en was een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK stelde de voorlopige eigen bijdrage voor de periode van 23 augustus 2021 tot en met 31 december 2021 vast op € 572,55 per maand. Appellante maakte bezwaar en vorderde schadevergoeding wegens vermeende onjuiste berekening.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het CAK de eigen bijdrage conform de dwingendrechtelijke en limitatieve regels van het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) had berekend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigden. Appellante ging in hoger beroep en breidde haar verzoek om schadevergoeding uit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het CAK correct het te verwachten jaarinkomen had gebruikt en dat de berekening van de eigen bijdrage rechtmatig was. Er was geen sprake van onrechtmatigheid of onredelijkheid. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, evenals de vergoeding van proceskosten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De voorlopige eigen bijdrage is correct vastgesteld en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.