ECLI:NL:CRVB:2025:998
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontzegging toegang gezinsopvang
Appellant verbleef met zijn gezin in een gezinsopvang en kreeg op 2 mei 2020 een ontzegging van toegang vanwege ongewenst gedrag, aanvankelijk voor veertien dagen. Dit besluit werd later herroepen en de ontzegging beperkt tot drie dagen. Appellant maakte bezwaar en voerde een verzoek om schadevergoeding in verband met de onterechte ontzegging van elf dagen, stellende dat zijn recht op gezinsleven was geschonden.
De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van normschendingen van voldoende ernst die leiden tot immateriële schade. De Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De ontzegging diende een legitiem doel, namelijk veiligheid binnen de opvang, en de inbreuk op het gezinsleven was beperkt omdat appellant contact met zijn gezin kon onderhouden.
Verder stelde appellant dat de rechtbank de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn onjuist had vastgesteld, maar de Raad oordeelde dat de termijn correct was berekend vanaf het moment van indiening van het verzoek bij de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van het schadeverzoek bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens ontzegging van de toegang tot de opvang wordt afgewezen.