ECLI:NL:CRVB:2021:644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoeken tot schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten Sociale Verzekeringsbank afgewezen
De zaak betreft verzoeken van zeventien betrokkenen die schadevergoeding vorderen wegens onrechtmatig genomen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) over de toepasselijke socialezekerheidswetgeving voor perioden in 2013 en 2014. De Svb had onjuiste besluiten genomen over welke wetgeving van toepassing was op de verzoekers die in loondienst waren bij een bedrijf gevestigd in Cyprus.
De Raad heeft vastgesteld dat de besluiten van 2014 en 2018 onrechtmatig waren jegens de verzoekers. Materiële schadevergoedingen werden afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de verzoekers daadwerkelijk kosten van rechtsbijstand hadden gemaakt die aan de Svb konden worden toegerekend. Immateriële schade wegens psychisch lijden werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan concrete gegevens die geestelijk letsel konden aantonen.
Wel werd aan verzoekers 1 tot en met 13 een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, bovenop een eerder toegekende vergoeding van € 250. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van deze schade en de proceskosten van € 400,50. De verzoeken tot vergoeding van materiële en overige immateriële schade tegen de Svb werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot schadevergoeding tegen de Sociale Verzekeringsbank worden afgewezen, maar verzoekers 1 tot en met 13 krijgen € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en de Staat wordt veroordeeld in proceskosten.