ECLI:NL:CRVB:2026:12

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
23/2630 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van zorgprofiel LG Wonen met begeleiding aan appellante door het CIZ

Deze uitspraak betreft de toekenning van een zorgprofiel door het CIZ aan appellante, die ernstige lichamelijke problematiek heeft. Het CIZ heeft op 13 oktober 2022 een indicatie verleend voor het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging, wat door de rechtbank Oost-Brabant op 27 juli 2023 in stand is gehouden. Appellante is het niet eens met deze beslissing en heeft hoger beroep ingesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het CIZ voldoende heeft gemotiveerd dat het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging het best aansluit bij de zorgbehoefte van appellante. De Raad stelt vast dat appellante veel zorg nodig heeft, maar dat het door haar gewenste zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding en verzorging niet passend is. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak, zonder vergoeding van proceskosten voor appellante.

Uitspraak

23/2630 WLZ
Datum uitspraak: 8 januari 2026
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2023, 23/329 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het CIZ
SAMENVATTING
Deze uitspraak gaat over de vraag of het CIZ voor appellante het best passende zorgprofiel heeft geïndiceerd. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Het CIZ heeft voldoende overtuigend gemotiveerd dat de samenhangende zorg in het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging het beste aansluit bij de geobjectiveerde zorgbehoefte van appellante.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.A.M. van Hoorn advocaat, hoger beroep ingesteld. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken overgelegd.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 17 juli 2024. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. L. Klaus (advocaat en kantoorgenoot van mr. Van Hoorn). Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt.
Het onderzoek ter zitting is geschorst. Het CIZ is in de gelegenheid gesteld te reageren op het door appellante overgelegd advies van medisch adviseur A.J. van Overbeek van 27 juni 2024. Het CIZ heeft vervolgens een medisch advies van P. Pel van 25 juli 2024 ingediend, waarop appellante heeft gereageerd.
Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Klaus, [naam echtgenoot] (echtgenoot) en [naam dochter] (dochter). Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Bruijs en mr. L.M.R. Kater.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 1958, is bekend met ernstige lichamelijke problematiek. In verband hiermee heeft het CIZ met een besluit van 13 oktober 2022, gehandhaafd met de beslissing op bezwaar van 7 december 2022 (bestreden besluit) aan appellante op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) een indicatie voor onbepaalde tijd verleend voor het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging. Volgens het CIZ is het toegekende zorgprofiel het best passend bij de zorgbehoefte van appellante.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft (samengevat) geoordeeld dat het CIZ in het bestreden besluit deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging het best passende zorgprofiel is. Volgens de rechtbank heeft het CIZ zich terecht op het standpunt gesteld dat de zorgbehoefte die appellante heeft omschreven niet overeenkomt met de informatie die haar zorginstelling bij de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz heeft ingevuld over de zorgbehoefte van appellante. Verder heeft het CIZ ter zitting van de rechtbank in reactie op een in beroep overgelegde verklaring van de verpleegkundige toegelicht dat de daarin omschreven zorg goed past in het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging. Volgens het CIZ gaat het bij zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging om personen die veel meer bedlegerig zijn dan appellante en volledig zijn gebonden aan een rolstoel. Ook zijn er twee of drie personen nodig om de persoon uit bed te halen en is specialistische verpleegkundige zorg nodig. Gelet op deze toelichting heeft de rechtbank in de verklaring van de verpleegkundige geen reden gezien voor het oordeel dat het CIZ een ander zorgprofiel voor appellante had moeten indiceren. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat appellante in de zorginstelling ook de beschikking had over een indicatie voor LG Wonen met begeleiding en verzorging. De zorginstelling heeft de zorg overeenkomstig die indicatie verleend en het dossier bevat geen aanwijzingen dat de zorginstelling deze indicatie ontoereikend heeft gevonden. Verder volgt uit rechtspraak dat geen pgb kan worden verleend voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid indien een betrokkene ervoor kiest om zelf met een persoonsgeboden budget (pgb) zorg in te kopen. [1] Het betoog van appellante dat de resterende zorg op de schouders van haar echtgenoot neerkomt en dat zij in financieel opzicht niet uitkomt met het pgb, leidt dan ook niet tot het oordeel dat het CIZ een ander zorgprofiel had moeten indiceren.
Het standpunt van appellante
3.1.
Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft – samengevat en voor zover nog van belang – aangevoerd dat het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging gelet op haar zorgbehoefte in de thuissituatie niet het best passende zorgprofiel is. Appellante wil (bij voorkeur) in aanmerking komen voor het zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante – onder meer – een advies van medisch adviseur A.J. van Overbeek van 27 juni 2024 ingebracht. Ook heeft zij gewezen op een mededeling van een medewerker van het zorgkantoor over de passendheid van het geïndiceerde zorgprofiel.
3.2.
Het CIZ heeft om bevestiging van de aangevallen uitspraak gevraagd en daarbij verwezen naar een medisch advies van 25 juli 2024.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De Raad stelt voorop dat de te beoordelen periode de periode is van 26 september 2022, de datum van de aanvraag, tot en met 7 december 2022, de datum van het bestreden besluit. Niet is in geschil dat appellante veel zorg nodig heeft. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging voor appellante het best passende zorgprofiel is. Voor het antwoord op deze vraag is bepalend of de bij dit zorgprofiel behorende samenhangende zorg het best aansluit bij de geobjectiveerde zorgbehoefte van appellante.
4.2.
Volgens de omschrijving in bijlage A bij de Regeling langdurige zorg (Rlz) is zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging gericht op verzekerden met een ernstig lichamelijke handicap en een beperkt sociaal functioneren die niet zelfstandig de regie over hun eigen leven voeren en daardoor wat betreft de sociale redzaamheid vaak hulp of overname van taken nodig hebben. [2] Deze verzekerden hebben bij alle aspecten van ADL ten minste toezicht of stimulatie nodig, maar vaak ook hulp. Bijvoorbeeld bij de kleine verzorgingstaken, het wassen en aankleden, het in en uit bed gaan en de toiletgang. Ten behoeve van mobiliteit is altijd ten minste toezicht of stimulatie maar vaak ook hulp nodig, zoals hulp bij het maken van transfers, het voortbewegen binnenshuis en het verplaatsen buitenshuis. Voor verplaatsing en transfers zijn doorgaans hulpmiddelen nodig. Tevens is regelmatig verpleegkundige aandacht vereist.
4.3.
Het CIZ heeft inzichtelijk gemotiveerd weergegeven dat dit zorgprofiel goed aansluit bij de objectieve zorgbehoefte van appellante, zoals die blijkt uit de bij de aanvraag verstrekte informatie, de informatie die is verkregen bij bezoek aan appellante en de informatie van de verpleegkundige. Het CIZ heeft opgemerkt dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd dat zij – zoals beschreven in het door haar gewenste zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging – regelmatig is aangewezen op overname van de ADLzorg door twee verzorgden en dat evenmin is gebleken dat appellante wat betreft mobiliteit bij vrijwel alle verplaatsingen overname nodig heeft. Verder heeft de medisch adviseur van het CIZ – in reactie op het door appellante overgelegde rapport van Van Overbeek – op navolgbare wijze toegelicht dat bij appellante geen sprake is van aandoeningen die specialistische verpleegkundige aandacht vereisen. Het door appellante ook genoemde zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging is onder meer gericht op verzekerden die redelijk zelf de regie over hun eigen leven kunnen voeren en is daarmee ook minder passend voor appellante.
4.4.
De Raad ziet onvoldoende aanknopingspunten om aan de conclusies van (de medisch adviseur van) het CIZ te twijfelen. Dat een medewerker van het zorgkantoor op 20 juni 2024 heeft meegedeeld dat het geïndiceerde zorgprofiel mogelijk niet meer passend is, leidt alleen al niet tot een ander oordeel, omdat die mededeling van ruim na de te beoordelen periode dateert. Dat appellante, zoals zij heeft aangevoerd, in de thuissituatie niet uitkomt met het bij het geïndiceerde zorgprofiel behorende pgb is ook geen argument om te oordelen dat de samenhangende zorg binnen het toegekende zorgprofiel niet het best passend voor haar is.

Conclusie en gevolgen

4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van H. de Brabander als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) H. de Brabander

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Wet langdurige zorg (Wlz)
Artikel 3.2.1, eerste lid, Wlz
Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of;
2. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
Artikel 3.2.3, eerste lid, Wlz
Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
Besluit langdurige zorg (Blz)
Artikel 3.1.1, eerste lid, Blz
De verzekerde die is aangewezen op zorg, heeft recht op samenhangende zorg behorende bij het bij de verzekerde best passende zorgprofiel. Bij ministeriële regeling worden zorgprofielen vastgesteld.
Regeling langdurige zorg (Rlz)
Artikel 2.1 Rlz
De zorgprofielen, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit, zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling.
In bijlage A bij de Rlz zijn de verschillende zorgprofielen beschreven, waaronder het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging:
Cliënten zijn ernstig lichamelijk gehandicapt en functioneren sociaal beperkt zelfstandig binnen een afgesproken vaste structuur. Zij worden op een eenduidige manier benaderd.
De cliënten kunnen niet zelfstandig de regie over hun eigen leven voeren en hebben daardoor ten aanzien van de sociale redzaamheid vaak hulp of overname van taken nodig. Bijvoorbeeld bij deelname aan het maatschappelijk leven, het voeren van een huishouden, dagelijkse routine, het uitvoeren van eenvoudige taken en ten aanzien van besluitnemings- en oplossingsvaardigheden. Bij het uitvoeren van complexe taken is vaak volledige overname van taken nodig.
De cliënten hebben ten aanzien van de psychosociale/cognitieve functies begeleiding nodig in de vorm van hulp, toezicht of sturing. De intensiteit kan veranderlijk zijn. Met name op het vlak van concentratie, geheugen en denken, informatieverwerking, perceptie van zichzelf en bij prikkelgevoeligheid is vaak hulp, toezicht of sturing nodig van begeleiders.
De cliënten hebben ten aanzien van alle aspecten van ADL ten minste toezicht of stimulatie nodig, maar vaak ook hulp. Bijvoorbeeld bij de kleine verzorgingstaken, het wassen en aankleden, het in en uit bed gaan en de toiletgang.
Ten aanzien van de mobiliteit is altijd ten minste toezicht of stimulatie maar vaak ook hulp nodig. Cliënten hebben hulp nodig bij het maken van transfers, het voortbewegen binnenshuis en het verplaatsen buitenshuis. Voor verplaatsing en transfers zijn doorgaans hulpmiddelen nodig.
Regelmatig is verpleegkundige aandacht vereist.
Er kan sprake zijn van gedragsproblematiek, de cliënt kan met name door manipulatief, dwangmatig, ontremd en reactief gedrag af en toe hulp, toezicht en sturing nodig hebben.
Bij deze cliënten kan soms ook sprake zijn van psychiatrische problematiek, actief dan wel passief van aard.
De aard van het begeleidingsdoel is veelal gericht op stabilisatie, soms op ontwikkeling of begeleiding bij achteruitgang.
Het beperkingenbeeld van de cliënt verandert langzaam of soms ook niet. De cliënten hebben een structurele zorgbehoefte, op zowel geplande als op niet geplande tijden.
De dominante grondslag voor dit cliëntprofiel is meestal een lichamelijke handicap (functiestoornis).

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 14 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3620.
2.Bijlage A bij artikel 2.1 van de Rlz.