ECLI:NL:CRVB:2026:126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Centrale Raad van Beroep inzake betaling verbeurde dwangsommen Wmo 2015
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het hoger beroep richt zich niet op inhoudelijke bezwaren tegen het primaire besluit, maar op betaling van verbeurde dwangsommen die zijn verbonden aan een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het geschil over de omvang en verschuldigdheid van de dwangsommen niet binnen haar bestuursrechtelijke bevoegdheid valt. Volgens artikel 8:55d, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de toepasselijkheid van de artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is een dergelijke kwestie een civielrechtelijke aangelegenheid.
De Raad heeft partijen gevraagd of een zitting gewenst was, maar partijen hebben hier geen behoefte aan getoond. De Raad heeft daarom het onderzoek gesloten en verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep over betaling van verbeurde dwangsommen.