Appellant werkte sinds 2013 bij Defensie en werd in 2019 als navigator FRISC ingezet met een taak in drugsbestrijding. In 2021 werd appellant twee keer staande gehouden en getest op drugsgebruik, waarna hij werd ontslagen wegens vermeend harddrugsgebruik. De staatssecretaris baseerde het ontslag op positieve speekseltesten, bloed- en urinetesten, en expliciete Whatsapp-berichten op de telefoon van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het ontslag, stellende dat de Whatsapp-berichten en testresultaten voldoende bewijs vormden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de testresultaten mogelijk vals-positief waren en dat de berichten niet overtuigend waren, maar de rechtbank oordeelde anders.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de testresultaten op zichzelf onvoldoende zijn om de overtuiging te verkrijgen dat appellant harddrugs gebruikte, mede vanwege mogelijke vals-positieve uitslagen en passieve inhalatie. Ook de Whatsapp-berichten, foto’s en geluidsfragmenten op de telefoon van appellant zijn onvoldoende om tot die overtuiging te komen, mede door de context en toelichting van appellant.
Daarnaast zijn de anonieme getuigenverklaringen die de staatssecretaris aanvoerde niet betrokken in de bezwaarprocedure en kunnen zij de overtuiging niet versterken. De Raad vernietigt daarom het ontslagbesluit en herroept het ontslag, waardoor appellant weer in dienst wordt genomen. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan appellant vergoed.