ECLI:NL:CRVB:2026:154
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in WIA-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een onafhankelijke deskundige benoemd die een rapport uitbracht. Naar aanleiding daarvan nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het geheel aan appellante tegemoetkwam door de uitkering ongewijzigd door te laten lopen en een IVA-uitkering toe te kennen.
Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot een verweerschrift. De Raad besloot de zaak zonder zitting af te doen.
Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €5.137,-, en het betaalde griffierecht van €185,-. De uitspraak werd gedaan door S. Wijna namens de Centrale Raad van Beroep op 19 februari 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.