ECLI:NL:CRVB:2026:169
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening ontslagbesluit ambtenaar niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoekster kreeg op 30 oktober 2017 eervol ontslag met een uitkering vanwege een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Haar bezwaar tegen dit besluit werd in 2019 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde in 2022 het besluit en kende een aanvullende ontslagvergoeding toe. De Centrale Raad van Beroep vernietigde in 2023 deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Verzoekster diende in januari 2025 een verzoek om herziening in, stellende dat een bijlage ontbrak in het bezwaardossier en dat zij tijdens de zitting in juni 2023 niet over een intact denkvermogen beschikte door een operatie in juli 2022. De Raad oordeelde dat deze feiten of omstandigheden al bekend of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn tijdens de zitting in juni 2023.
Het verzoek om herziening werd daarom als onredelijk laat ingediend beschouwd, mede omdat geen medische onderbouwing werd gegeven en niet is aangetoond dat de ontbrekende bijlage tot een andere uitspraak zou leiden. Het verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn en het ontbreken van een nieuw feit of omstandigheid.