Uitspraak
21.565 ANW
OVERWEGINGEN
Zeeland-West-Brabant, 17/3364, heeft het beroep op 8 november 2017 hiertegen ongegrond verklaard en de Raad heeft deze aangevallen uitspraak bevestigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend van een eerdere uitspraak uit 2019, waarin een beslissing over de intrekking en terugvordering van een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet centraal stond.
De Raad overweegt dat een verzoek om herziening onredelijk laat is indien het meer dan een jaar na bekendwording van nieuwe feiten of na openbaarmaking van de uitspraak wordt ingediend, tenzij het om een bestuurlijke boete gaat. In deze zaak zijn geen nieuwe feiten (nova) gesteld en is het verzoek meer dan een jaar na de uitspraak ingediend.
Daarom verklaart de Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door rechter C.H. Bangma en uitgesproken op 3 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.