ECLI:NL:CRVB:2026:170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen schriftelijke mededeling openstaande vorderingen
Appellant maakte bezwaar tegen een schriftelijke mededeling van het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom over de hoogte van nog terug te betalen bedragen. Deze bedragen waren reeds vastgesteld in eerdere besluiten, waaronder intrekking van bijstand, terugvordering van kosten en oplegging van een boete.
Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de mededeling geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), aangezien deze niet op rechtsgevolg is gericht. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring.
Appellant voerde aan dat de vorderingen niet bestonden en onrechtmatig waren, maar deze stellingen werden niet inhoudelijk behandeld omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding, maar was vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak dat een schriftelijke mededeling over reeds genomen besluiten geen zelfstandig besluit vormt en dus niet vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schriftelijke mededeling is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep is ongegrond.