ECLI:NL:CRVB:2026:182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens niet voldoen peildatum migrerend werknemerschap
Appellant, een niet-Nederlandse Unieburger, vroeg studiefinanciering aan op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), met ingang van mei 2022. De minister kende een aanvullende beurs toe vanaf juni 2022, maar wees de aanvraag voor mei af omdat appellant op de peildatum 1 mei 2022 nog geen migrerend werknemer was. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de peildatum geen indirecte discriminatie oplevert en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Appellant voerde hoger beroep aan met het argument dat de peildatum indirecte discriminatie inhoudt, in strijd is met het belemmeringenverbod van artikel 56 VWEU Pro, en dat de hardheidsclausule toegepast moet worden.
De Raad verwierp deze gronden. Er is geen sprake van indirecte discriminatie of belemmering van het vrij verkeer van diensten. De peildatum is een bewuste keuze van de wetgever en leidt niet tot een onbedoeld resultaat. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de wetgever expliciet de peildatum als voorwaarde heeft gesteld.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. Hierdoor heeft appellant geen recht op studiefinanciering voor mei 2022.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op studiefinanciering voor mei 2022 omdat hij op de peildatum geen migrerend werknemer was.