ECLI:NL:CRVB:2026:210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante was ziekgemeld wegens zwangerschaps- en bevallingsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 6 oktober 2022, omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig en juist werd beoordeeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar gewrichts- en psychische klachten had onderschat, onderbouwd met rapporten van reumatologen en psychologen. Het UWV reageerde met rapporten van verzekeringsartsen bezwaar en beroep die geen aanleiding zagen om het medisch oordeel te wijzigen. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek geschorst om nadere vragen te stellen en aanvullende rapporten te ontvangen.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de beperkingen van appellante juist zijn vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De psychische klachten zijn niet relevant voor de datum van de beëindiging, omdat de behandeling pas later begon. De hand- en polsklachten zijn volgens de verzekeringsarts voldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst verwerkt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat het UWV het medisch oordeel zorgvuldig heeft vastgesteld en appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen.