Uitspraak
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarbij volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV op verzoek van appellante kan worden veroordeeld in de proceskosten die zij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De proceskosten zijn begroot op € 2.335,-.
Daarnaast is bepaald dat het UWV het door appellante betaalde griffierecht van € 143,- in hoger beroep moet vergoeden. De Raad heeft geen nadere zitting gehouden omdat partijen geen behoefte daaraan hadden.
De uitspraak is gedaan door J.H. Ermers namens de Centrale Raad van Beroep op 25 februari 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.335,- en het griffierecht van € 143,- na intrekking van het hoger beroep.