ECLI:NL:CRVB:2026:223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering ten onrechte betaalde vergoedingen kazerneringsdiensten brandweervrijwilliger
Appellant, brandweervrijwilliger sinds 2018, ontving vergoedingen voor kazerneringsdiensten die hij feitelijk niet had gedraaid. Door een administratieve fout werden vanaf mei 2022 meerdere diensten ten onrechte uitbetaald, met een totaalbedrag van €954,60. Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio vorderde dit bedrag terug en verrekende het met toekomstige vergoedingen.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat hij te veel ontving, mede omdat kazerneringsvergoedingen als aparte post op de loonstroken stonden en hij zich deels had laten uitroosteren. Appellant stelde in hoger beroep dat de wisselende hoogte van de vergoedingen controle bemoeilijkte, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat van appellant een aanzienlijke mate van oplettendheid mocht worden verwacht bij het controleren van loonstroken en roosters. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering en verrekening van te veel betaalde vergoedingen blijft in stand.