ECLI:NL:CRVB:2026:272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens zijn afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij vanaf 1 mei 2005 duurzaam geen arbeidsvermogen had. Het Uwv baseerde zich op medische rapporten van verzekeringsartsen die concludeerden dat er wel perioden waren met arbeidsongeschiktheid, maar niet duurzaam en aaneengesloten over tien jaar.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de medische informatie die appellante aanvoerde geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die een herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij een dossieronderzoek volstond.
Appellante stelde dat haar arbeidsvermogen duurzaam ontbrak en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar de Raad verwierp deze stellingen. De Raad benadrukte dat de bewijslast bij appellante ligt en dat de medische gegevens geen duidelijkheid geven over een duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen over de vereiste periode.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek op 11 maart 2026.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.