Uitspraak
19.2345 WAJONG
15 april 2019, 18/2176 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op 8 mei 2017 een Wajong-uitkering aan, welke door het UWV werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen had binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag. Medisch onderzoek toonde beperkingen, maar onvoldoende bewijs voor duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen over de vereiste periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende onderzoek had verricht, waarbij ook informatie van behandelend artsen en GGZ-instellingen was betrokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen arbeidsvermogen had gehad en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan, maar kon geen aanvullende medische gegevens overleggen.
De Raad bevestigde dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij appellante ligt en dat het medisch beeld moeilijk vast te stellen is. Omdat niet kon worden vastgesteld dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam was of tien jaar onafgebroken had voortgeduurd, kon appellante geen aanspraak maken op de Wajong-uitkering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen binnen de vereiste periode.