ECLI:NL:CRVB:2026:276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wajong-uitkering na aanvraagdatum
Appellante, die sinds 2006 arbeidsongeschikt is, diende op 29 maart 2023 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uwv kende deze uitkering toe met ingang van die datum, maar weigerde terugwerkende kracht toe te kennen. Appellante stelde dat zij al in 2014 een aanvraag had ingediend en dat zij vanwege haar ernstige psychiatrische beperkingen niet eerder in staat was een aanvraag te doen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat er geen bewijs was voor een eerdere aanvraag of dat het Uwv destijds had moeten onderkennen dat appellante recht had op een Wajong-uitkering. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat het recht op uitkering op aanvraag wordt vastgesteld en niet eerder kan ontstaan dan de datum van die aanvraag, tenzij sprake is van kennelijke hardheid.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij niet eerder een aanvraag kon indienen en dat er geen aanwijzingen waren dat het Uwv ambtshalve eerder had moeten toekennen. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Wajong-uitkering is terecht toegekend per 29 maart 2023 zonder terugwerkende kracht en het hoger beroep wordt verworpen.