Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Appellante heeft ook benadrukt dat zij het Uwv al eerder had gemeld dat haar klachten per 28 oktober 2021 zijn toegenomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als financieel administratief medewerker en meldde zich ziek met pijn- en psychische klachten. Het UWV kende haar per 16 maart 2020 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, omdat zij voor 53,15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante stelde dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en verzocht om een IVA-uitkering.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zij geen benutbare mogelijkheden had. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die aanvullende beperkingen vaststelde, maar geen urenbeperking. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante nog 47,37% arbeidsongeschikt was en geschikt voor enkele functies.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen IVA-uitkering toekende en dat de loongerelateerde WGA-uitkering correct was vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd toegewezen, omdat de procedure ruim twee jaar langer duurde dan redelijk was. De Raad veroordeelde de Staat tot betaling van € 2.000,- schadevergoeding en het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het UWV heeft terecht een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend en de Staat is veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.