Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om de intrekking en terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) dat aan betrokkene was verleend op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). Betrokkene ontving gedurende meerdere jaren een pgb, maar het zorgkantoor, Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V., heeft dit budget ingetrokken en een bedrag van € 50.392,80 teruggevorderd. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van het zorgkantoor tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam behandeld. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het zorgkantoor niet in redelijkheid gebruik had kunnen maken van de bevoegdheid tot terugvordering, omdat betrokkene te goeder trouw was. De Raad heeft echter geoordeeld dat de rechtbank deze kwestie onjuist had beoordeeld. De Raad bevestigde dat de bescherming van de budgethouder te goeder trouw moet plaatsvinden in het kader van de invordering van onverschuldigd betaalde bedragen, en niet bij de intrekking en terugvordering van het pgb. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor de intrekking van het pgb en de terugvordering van het bedrag in stand blijven, maar betrokkene hoeft het bedrag niet zelf terug te betalen.