ECLI:NL:CRVB:2026:292

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
21/2579 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overlijden appellant en ontbreken opvolging

Appellant heeft hoger beroepen ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland. Tijdens de procedure is appellant overleden, waardoor zijn belang bij de voortzetting van het geding is komen te vervallen.

De Raad heeft vastgesteld dat er geen erfgenamen zijn die appellant als partij in het geding zijn opgevolgd of die het geding wensen voort te zetten. Ook na een oproep in de Staatscourant om belanghebbenden de mogelijkheid te bieden zich als partij aan te sluiten, is hierop geen reactie ontvangen.

Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor een verdere beoordeling van de hoger beroepen. De Raad heeft daarom de hoger beroepen niet-ontvankelijk verklaard en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van appellant.

Uitspraak

21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW
Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2021, 20/1534 en 20/2042 (aangevallen uitspraak 1) en van 3 mei 2022, 20/3585 (aangevallen uitspraak 2)
Partijen:
wijlen [appellant] , laatstelijk woonachtig te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren (college)
Datum uitspraak: 10 maart 2026
SAMENVATTING
Appellant is overleden. De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroepen ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaken behandeld op een zitting van 16 mei 2023. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. C.B.M. Peters.
Het onderzoek in de zaken tegen aangevallen uitspraken 1 en 2 is heropend.
De Raad heeft de zaken opnieuw behandeld op een zitting van 18 maart 2025, gelijktijdig met de zaken 23/2484 PW, 24/1317 PW en 24/1483 PW. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. C.B.M. Peters.
Bij brief van 19 maart 2025 heeft appellant een verzoek om wraking van de behandelend rechters ingediend.
De Raad heeft op 11 juni 2025 het bericht ontvangen dat appellant op [datum] 2025 is overleden.
Op 17 november 2025 heeft de Raad in de Staatscourant belanghebbenden opgeroepen om de gedingen van appellant als partij over te nemen. [1] Daarop is niet gereageerd.
Bij beslissing van 27 januari 2026 heeft de wrakingskamer van de Raad het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld.
In de zaken 23/2484 PW, 24/1317 PW en 24/1483 PW is heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is op [datum] 2025 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep van de Raad in de Staatscourant is er niet door belanghebbenden verzocht om als partij aan de gedingen te mogen deelnemen.
3. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van de hoger beroepen. De hoger beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.G. Okhuizen als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en D.H. Harbers als leden, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) B.F.C. Wiedenhof

Voetnoten

1.Staatscourant 2025, nr. 37942.